Category Archives: Vakantie 2010 – Northwest USA

Vervolg Seattle en begin rondreis – nu met vollere batterij :)

Ha,

Gister moest ik de blogpost in ene zomaar afbreken, omdat er geen stroom meer was. Hoe knullig! Maar dat probleem heb ik vandaag gelukkig kunnen verhelpen. Maar goed, door waar ik gebleven was, en dat was midden in het verhaal over de Seattle Underground. Om alle wateroverlast te voorkomen, hebben ze dus op een gegeven moment de straten een volledige etage hoger aangelegd, maar de ingangen van alle gebouwen die er stonden, waren simpelweg nog op het oude niveau. Dus de stoep lag opeens 2 meter lager. Op elke straathoek waren ladders om voetgangers te helpen oversteken. Een situatie die niet al te werkbaar is, dus op een gegeven moment (na flink veel ruzie, en eigenwijsheid van diverse mensen) is besloten dat het wel handig was om de stoep toch op het nieuwe niveau te krijgen. Toen is niet zomaar de hele boel volgestort, en zijn er at nieuwe deuren uitgegraven, nee, men heeft besloten een dak aan te brengen bovenop de oude stoep, dat tevens een fundament is voor de nieuwe stoep. Op die manier kreeg je dus onder de grond een enorm gangenstelsel, dat uiteraard een eigen leven ging lijden, waar de lokale penoze flink gebruik van maakte. Nadat de drooglegging voorbij was raakte het stelsen in onbruik, er was geen behoefte meer aan. Vervolgens heeft iedereen er z’n oude troep neergedonderd, en is er dus een enorme puinhoop aan spul verzameld. Tel daar een paar aardbevingen bij op (die overigens niets hebben doen instorten hiervan, gek genoeg), en je kunt je de puinbak die men aantrof wel voorstellen, toen besloten was om bepaalde delen van de stad als beschermd gezicht te beschouwen, en er rondleidingen te gaan geven. Al met al dus erg interessant. Vervolgens ben ik in Chinatown (klinkt indrukwekkender dan dat het in de praktijk is) wat gaan eten, en vervolgens weer teruggereisd naar het hotel.

Dan spreken we inmiddels donderdag, de dag dat ik Seattle zou gaan verlaten, om mijn huurauto op te halen, en de rest van de wijde omgeving te gaan verkennen. Raar overigens, dat je maandag aankomt, helemaal vers in een stad, en dan donderdag het gevoel
hebt dat je ‘m al aardig begint te kennen door alle omzwervingen. Seattle is definitely een erg fijne stad, ik heb er erg genoten, en zou
er zo de rest van de periode ook nog wel door kunnen brengen. Maar dat staat niet op het program, dus zijn we vol goede moed uitgecheckt. Toen met de Monorail (het scheefhangen in de bochten begint te wennen als je er vaker ingezeten hebt) en de Lightrail naar het vliegveld gegaan. Dat ging ook prima, het is toch handig als je op een gegeven moment weet hoe het werkt ;-) Onderweg ook eindelijk Mount Rainier goed kunnen zien, wow wat een imposante berg! Ik moet een beetje aan de Mont Ventoux denken ook, eenzame berg die hoog uittoornt boven de rest. Al kun je hier niet overheen rijden. En is het sneeuw in plaats van een maanlandschap.

Het auto ophalen ging ook goed, al probeerde ze me wel heel hard een klasse hoger aan te smeren. Ik kreeg een nieuwe VW Beetle mee, in het wit. Een erg leuk autootje, al zeg ik het zelf! Vervolgens gaan rijden, en dat wende heel erg snel. Dat ik de juiste weg
in 1x te pakken had hielp natuurlijk ook erg mee. Eerst in Issaquah nog even wat orde op auto-zaken gesteld (opnieuw finetunen spiegels, stoel, etcetera) en wat folders gescoord, en vervolgens met hulp van de (overigens batterij-vretende) navigatie
doorgereden naar North Bend, waar Tede’s Cafe zit, uiteraard beroemd vanwege Twin Peaks. Daar uitgebreid gelunched, wat foto’s gemaakt, en toen op ‘mooie route’ naar Spokane ingeprogrammeerd op de navigatie. Daarover gesproken: ik heb een tijdje terug (toen-ie goedkoop was) Navigon gekocht met de routekaarten voor de westelijke helft van de USA, en daar maak ik inmiddels dus meer dan dankbaar gebruik van. Het is wel zaak je iPhone aan een autolader te hebben hangen, want anders kom je niet ver… maar als je dat hebt, is het echt ideaal. Terug naar de route naar Spokane: als je dan snelwegen verbiedt, duurde het opeens 8 uur in plaats van 4, dus dan toch maar snelweg meenemen. Uiteindelijk betekent dat gewoon dat je dus toch bijna alleen maar snelweg hebt, op 1 kleine (inderdaad wel mooie) detour na. Toen het landschap saaier werd kon ik duidelijk merken dat ik vermoeider werd, en dan merk je ook hoe fijn het is om dan even te pauzeren! Dat heb ik een paar keer gedaan, en ook nog een behoorlijk steile helling beklommen op een uitzichtspunt onderweg, waar rare metalen paarden bovenop stonden. Hoe verzin je het. Uiteindelijk netjes naar het geplande motel toe kunnen rijden, waar ze voor relatief weinig (USD 53) een nette motelkamer hebben. Daar wat rondgelummeld, en vervolgens gaan eten bij Denny’s, aan de overkant. Ja, dat is best ernstig om met de auto te doen :) Dat eten was prima, en er was ook internet van meneer Linksys, dus heb ik daar even wat tweets de wereld in geslingerd. Nu hoef ik niet meer zo nodig nog een aparte toegang de kopen. Ook al is het goedkoop; toch weerhoudt me dat om het te doen. Nu kan ik gewoon lekker relaxen en tv-kijken, ook fijn! Het eten bij Denny’s was overigens prima te doen. Elke dag lijkt me wat vaak, maar er zijn genoeg van dat soort ketens, haha.

Inmiddels is het 3 september, dat was weer een rijdag, van Spokane naar Kalispell, Montana. Het uitchecken ging simpel, as usual. Daarna het gemak van Navigon gebruikt om een Starbucks te vinden, dat is echt wel heel erg handig, en van heel veel toegevoegde waarde voor m’n reis. Enige nadeel was dat de Starbucks die ik zocht niet meer bestond, en zo blind was, dat ik de volgende optie al 2x voorbijgereden was zonder ‘m te zien… Nuja, de koffie was weer lekker, zoals inmiddels wel duidelijk moge zijn. Goed, dan de reis. Die verliep voorspoedig. Helemaal totaal zonder snelwegen, en via steeds mooier wordende gebieden. Wat een enorme pracht hier, ik wordt hier zo ontzettend blij van. Het is -zo- -zo- -zo- mooi hier. Idaho was al een genot, met opvallend genoeg dus de NL-vlag als nummerplaat! En daarna Montana in, de grens overstekend. Gek genoeg staan de borden van de staten niet bij elkaar, maar zit daar zeker een kilometer tussen. En zowaar: er stond een bord met dat we nu in Mountain Time zitten! Mijn iPhone snapt dat ook meteen, en
past zelf braaf z’n tijd aan. Erg handig!

De lunch in Heron gegeten, bij een aparte noem het maar soort van Alpengasthof, waar de weg naartoe steeds slechter en slechter werd. Heel apart, maar een erg erg mooi plekje. Je zult er maar wonen, met zo’n uitzicht op de bergen. De dame waarschuwde wel heel duidelijk voor Grizzly’s, die hier veeltallig rond schijnen te lopen. Overigens net als de dame bij het motel. Kortom, morgen in het Visitor’s Center van Glacier maar eens goed navragen of het wel verstandig is om te wandelen, en tot hoever dan enzo. Ik neem aan dat er ook wel wat ‘big hits’ zijn, die te zien zijn zonder al te veel grizzly-risico te lopen. Ze had ook nog een mooi verhaal over de ‘huisbeer’ (zwart) waar mensen wel eens wakker van werden omdat-ie appeltjes aan het eten was. Heel bijzonder hoe zoiets in
harmonie kan gaan. Sowieso was de hele lokatie erg bijzonder daar.

Vervolgens hier in Kalispell aangekomen; en bij het tweede motel was het raak, die had nog plek. Het blijft natuurlijk Labour Day weekend, dus dan is het te verwachten dat er behoorlijk wat goed vol zit. Daar gelukkig wel nog mooie tips gekregen voor eten, wat ik later op de avond meteen geprobeerd heb: een -echt- steakhouse. Daar moet je in de USA toch een keer naar toe. De menukaart bestaat in feite uit soorten met bijbehorende grootte en gewicht, dus ik heb het maar bescheiden aan gedaan. De beestjes hebben nog naamjes ook, maar wat de relevantie met het stuk vlees precies is, moet iemand me nog maar eens uitleggen. Maar hoe dan ook, ik moet zeggen, erg lekker! De bediening ook weer aardig. Wel geestig hoe ze ook de tip-varianten op de bon erbijprinten, haha. En dan 15% en 20%. Voor minder doen ze het niet, lijkt het :)

Dan 4 september, de eerste dag Glacier. Dat lag helaas nog wat verder weg dan ik in eerste instantie hoopte; maar dat mocht de
pret niet drukken. Daar meteen een toegangskaart gekocht voor alle National Parks, want die haal ik er toch wel weer uit. Vervolgens naar het Visitors Center gegaan, en daar rondgekeken. Jammer is wel dat er -erg- de nadruk ligt op beren, en dat je vooral geen dingen in je eentje moet gaan doen enzo. Dat is voor mij dan toch een klein dalletje pakken; maar met wat creativiteit kom je daar ook wel mee weg. Maar goed, daar gelunched (slechte bediening, wel lekker eten), en vervolgens maar eens een shuttlebus gepakt naar Logan Pass, het hoogste punt van de Going to the Sun Road, die uiteraard op de Contintental Divide ligt, op een hoogte van 2025m. Dat leek me relaxter dan zelf rijden, omdat er dan een grote kans is dat je uberhaupt niet kan parkeren enzo. Dat was voor de heenweg een prachtig idee (echt schitterende dingen gezien, zo machtig mooi dat het hier allemaal is, en de toestand van de weg was ook dusdanig dat ik dacht: pfoe, als ik dat zelf zou moeten doen…), terug kom ik zo op terug. Daar rondgekeken in het Visitors Center weer, en toen de Hidden Lake Overview Trail gelopen. Die was behoorlijk druk met mensen, wat voor mij dus prima was, omdat ik op die manier dus in feite prima de luxe kon zorgen voor voldoende mensen om me heen. De trail was erg fijn om te doen. Terug van de wandeling (7140 ft als piek; 6646 ft is Logan Pass, dus stijging van 494 ft, een 150m, van 2026m naar 2176m, valt allemaal wel mee)
stond er al een aardige rij voor de shuttle terug. Daar heb ik zeker een uur in gestaan, alvorens we uiteindelijk meemochten. Dan ben je daarna nog 1u45 bezig om weer beneden te komen, dus toen was het al snel weer etenstijd en tijd om terug naar het motel te gaan.
Daar wilde ik dus vervolgens uitgebreid gaan bloggen, maar dat werd ‘m niet wegens een leeglopende batterij.

Inmiddels aangekomen bij vandaag (het wordt een lange blogpost, maar dan ben ik wel in 1x helemaal bij). Een enerverende dag. Uiteraard begon ik weer bij de vertrouwde Starbucks. Daar snel op de wifi gecheckt hoe en wat, en de Walmart en Bestbuy zaten
aan de overkant, dus dat was makkelijk proberen. De Bestbuy ging direct open; dus daar maar naar binnengegaan (om 10 uur op zondag! Kun je nagaan), en na wat zoeken maar gevraagd naar een en ander. Dat bleek succesvol te zijn, ik heb een werkend apparaat meegekregen! Vervolgens bij de Subway mijn lunch besteld, en gaan rijden naar East Glacier en uiteindelijk Two Medicine. Daar kwam ik braaf 2 uur later aan, via de US2, en een pas op slechts 1591 meter, die de contintental divide overbrugt. Aan de andere kant viel het op dat de regen minder werd / ophield. En het landschap was aan de andere kant echt heel erg anders, veel geler, en opeens hielden de hoge bergen ook weer op. Het is dus echt een relatief smalle strook bergen hier, de Rocky Mountains. Heel bijzonder. In Two Medicine aangekomen een kaartje voor de boot gekocht, en vast een eerste Subway-helft opgegeten. Vervolgens aan boord gegaan, en begon de regen ook aan de oostkant los te barsten. Best een tikje jammer, want daardoor kon je best weinig zien van het landschap en het meer. Aan de overkant aangekomen kon je eruit om te gaan wandelen, en toen ik zag dat anderen de gok aandurfden, ben ik meegegaan. Vervolgens kennisgemaakt met 2 erg vriendelijke Canadezen, met wie ik samen de wandeling naar de Twin Falls (erg mooi) en No Name Lake (ook heel erg mooi) gemaakt heb. De regen was daar gelukkig vrijwel verdwenen! Geen enkele beer tegengekomen, al heb ik wel ‘t vermoeden dat ik iets geroken heb dat ofwel op beer lijkt, ofwel verse berenstront was. Maar zeker weten doe je zoiets nooit natuurlijk. Om een uur of 4 weer bij de auto, na afscheid genomen te hebben van de vriendelijke Canadezen. Ohja, in de boot nog een eland (moose) gezien! Dat was wel heel bijzonder. Goed, toen besloten naar St. Mary te rijden, om te kijken of er daar nog mooie dingen te zien waren. Dat was een dappere beslissing, zo bleek achteraf.
De weg naar het noorden toe was in het begin al een aardige uitdaging; erg slechte kwaliteit, en gelukkig was het weer wat droger. Vervolgens uitgekomen op de US89, ook een prima weg, maar met z’n eigen uitdagingen, want die was behoorlijk nat. Eenmaal aangekomen bij St. Mary’s bleek ook dat de Going to the Sun-road vanaf Jackson Overlook afgesloten is, er reden alleen nog shuttles om mensen hun auto op te laten halen op Logan Pass, en die moeten dan dus vervolgens via de andere kant naar beneden. Geen pretje met dit weer! Het regende inmiddels pijpestelen, dus ik ben snel het Visitor’s Center ingedoken. Daar nog een interessante film bekeken, en toen was het wat droger, en toch maar even een stuk het park ingereden. Bij Sunrift George was het inmiddels allemaal weer volkomen bagger kwa weer, en heb ik besloten maar om te draaien, en mijn weg terug naar “huis” in te gaan zetten. Gelukkig was het op het naarste stuk weg weer droog, maar in East Glacier was ik toch wel toe aan wat ontspanning en eten. Onderweg nog wel natte sneeuw meegemaakt! Hoe hoger je kwam, hoe meer sneeuw er door de neerslag heenzat, en hoe lager je kwam, hoe meer regen het werd. Kwa zicht (en herrie op je ruiten) heb ik overigens liever die sneeuw, als het maar niet glad wordt. Een groot voordeel van rijden in de bergen met regen: aquaplaning bestaat er bijna niet, want water blijft niet in de gevormde sporen staan, het stroomt naar beneden.
Maar goed, het eten. Dat was -erg- lekker. En goedkoop. Voor $20 gewoon salade, lasagne, huckelberry pie met ijs en slagroom en cola en water (beide onbeperkt bijgevuld) gekregen. Dat lukt in Nederland dus niet… Ook weer opmerkingen gekregen over m’n Shenandoah-shirt, zowel van het personeel als van een stel mensen uit Alabama. Toen die tegen me begonnen te praten moest ik echt even omschakelen kwa taal, dat Southern accent was ik kwijt. ‘That’s a real cool place man, her pops comes from West Virginia, that’s near there’. En dat veel onverstaanbaarder :) Vervolgens de weg terug ingeslagen naar Kalispell, gokkende dat ik het op deze tank nog wel kon volhouden (dat kon, zo bleek). Zoveel gaat er nou ook weer niet in een tank van een New Beetle, maar 1 dag rijden moet toch wel te doen zijn zou je zeggen. Overigens bij het tankstation hier in Kalispell weer een vraag over waar Shenandoah nou lag, want hij ging binnenkort verhuizen naar Savannah, Georgia. Dus maar even verteld dat het daar ook erg mooi is, en dat ik ‘m dat zeker kon aanbevelen! De US2 was een dodelijk vermoeiend stuk rijden, maar op de kaart kijkend is het ook gewoon 92 km aan weg dat ik ‘even’ moest afleggen om van East naar West Glacier te komen. Dat was stevig doorpezen, vooral omdat het zo onderhand ook echt donker was, en de regen weer op begon te spelen. Kortom, goed geconcentreerd doorrijden, en dan kwam het allemaal goed.
Wel gek om dan de route vanaf West Glacier ‘vertrouwd’ te vinden, terwijl ik die nog maar 1x eerder gereden heb… en inmiddels dus weer terug in het motel. Morgen maar eens rustig aan opstaan en een stukkie gaan sturen, zo op de kaart koekeloerend vermoed ik zo richting Butte/Bozeman. Dan kan ik de dag erop via de Beartooth naar Yellowstone. Want in 1 dag doorrijden, dat wordt erg pittig. Volgens de navigatie is het al bijna 8 uur rijden, en dat is dan zonder pauze/lunch/etcetera. Dus dat moesten we vooral maar niet willen proberen. Sowieso denk ik dat ik toch wat optimistisch ben geweest met alles wat ik wil zien, in combinatie met reistijd, dus het zou goed kunnen dat ik San Fransisco van het lijstje besluit te schrappen. Dat scheelt veel kilometers, en ik ben er ten slotte al eens geweest (ook al is het 5 jaar terug). En dan kan ik meer tijd besteden aan andere mooie dingen als Crater Lake, Olympic National Park, Mount Rainier, enzovoorts. Ik heb duidelijk de National-Parks-smaak weer te pakken!

Verder merk je wel vrij duidelijk dat ik echt aan het einde van het seizoen zit, wat dit soort parken betreft. Na morgen (Labour Day) sluiten in Glacier al een aantal diensten bijvoorbeeld. De weerberichten voor Yellowstone zijn wisselend in de komende dagen, dus we moeten maar even afwachten wat het wordt. We maken er gewoon iets moois van!

Goed, nog even wat linkjes naar genoemde zaken:
Glacier National Park
Seattle Underground Tour

Hmm, meer weet ik er zo even niet. Ohja, foto’s!
Hier dusFoto’s. Nog steeds ongetagged, ongegeo-dingest, onbeschreven, dus je moet maar gokken aan de hand van bovenstaande verhalen wat je precies ziet :-)

Vervolg Seattle en begin rondreis

Ha,

Zoals beloofd: vandaag een nieuwe blogpost! Ik ben echter bang dat de beloofde foto’s niet toegevoegd kunnen worden, want mijn laptopbatterij begint het aardig zwaar te krijgen, omdat het conversie-apparaat (dat ik al 5 jaar heb ofzo) het klaarblijkelijk begeven heeft. Er rammelt binnenin ook iets, dus dat is vast een veeg teken… dat betekent dus op zoek naar een tool om dat te vervangen. Iemand overigens enig idee waar ik zo’n conversie-stekker kan krijgen? (hoeft geen voltage om te bouwen, enkel een europese randaardestekker om te bouwen naar een USA-formaat).

Goed, dan het vervolg van mijn reis. We spreken inmiddels 1 september, en ik besloot dat ik het Museum of Flight wel eens met een bezoekje wilde vereren. Dat leverde meteen een interessante uitdaging op: het ontdekken van de werking van het lokale bussysteem in de wijde omgeving van Seattle. Want: het Museum of Flight is enkel met de bus (en de auto uiteraard) te bereiken. Eerst maar eens op goed gelukt een stuk de goede kant op gereis met de Monorail, en een stukje bushoppen in de zogenaamde ‘Ride Free Zone’. (Gratis reizen had ik snel door). Vervolgens echt net de bus die ik moest hebben voor m’n neus weg zien rijden, dus dat betekende gewoon strak een half uur wachten. Vervolgens had je de interessante contructie ‘Pay as you leave’. Oftewel: pas betalen bij het verlaten van de bus. Er was ook iets als een ORCA-kaart mogelijk, dat is in feite een OV-chip-kaart-achtig systeem, wat ik er zo van zag. Maar dan wel slim opgezet. Het museum zelf begon met een bezoek aan de Concorde, en dat is toch wel redelijk indrukwekkend. Ik zou er dus nooit mee gaan vliegen, want ik kan niet rechtop staan in het ding! Daar zou ik geen 8 tot 9000 dollar voor overhebben. Verder wel comfortabele stoelen, maar het blijft een beetje proppen. Nuja, je hoeft er tussen New York en Heathrow ook maar 3 uur in te zitten ongeveer, dus dan mag het allemaal wat minder luxe. Daarna weer een Air Force One ingestapt (volgens mij heb ik die op de Robins AFB museum ook al gezien, maar er waren er 3 van), en dat is gewoon lekker luxe. Vervolgens staan er nog een hele serie Boeing’s, van de eerste 747 tot en met exemplaren van andere series (727, 737, 707, etc). In de hallen ook veel aandacht voor het ontstaan van Boeing, en hoe dat allemaal gelopen is. Verder ook veel aandacht voor WOI en WOII, en stond er nog een Lockheed M71-blackbird (sterk lijkend op de SR71). Topsnelheid van die vliegtuigen is nog steeds officieel classified information, maar Mach3 halen ze met 2 vingers in de neus. Al met al een best boeiend middagje. Daarna ben ik naar Pioneer Square gegaan, om een zogenaamde Undergroudn Seattle-tour te volgen. Die was ontzettend interessant, en handelde over het ontstaan van Seattle, vroegere namen (die ik alweer kwijt ben, maar New York was er een van, en daarna een hele domme), en vooral het feit dat de stad continu overstroomde. Na een grote brand in 1889 hebben ze het goed opnieuw aangepakt, en heel lomp de straten op een ‘etage’ hoger aangelegd.

Hmm. Mijn batterij is nu echt leeg. Ik publiceer dit vast, en als ik meer hoop op batterij heb, laat ik weer van me horen! (En intussen is mijn Twitter een stuk meer bij met waar ik nu ben, dan dit blog, helaas…)

Eerste paar dagen Seattle

Hoi,

Het is hier nog dinsdag (bij jullie woensdag), ik ben nog wakker (het is pas 2300 uur), dus de hoogste tijd om jullie te voorzien van wat eerste belevenissen en ervaringen! Als eerste bevalt het hier ontzettend goed. Ik heb het erg naar mijn zin, en geniet met volle teugen.

De reis naar Schiphol begon maandag meteen al best goed; ondanks het vroege opstaan. De bus om 7 uur ging strak op tijd, en door de omleidingen die-ie moet volgen, was het uiteindelijk zo dat-ie eerder op het station was dan zou moeten. Nuja, genoeg tijd om een ontbijtje te regelen. De trein was behoorlijk vol, maar reed verder prima op tijd. Op Schiphol ging het redelijk, maar omdat Delta sterk samenwerkt met KLM zit je dus op Schiphol aan KLM-druktes vast, helaas. Nuja, tas afgegeven, de paspoortcontrole door. Toen nog even snel wat drinken gehaald, en dan moet je op Schiphol bij de gate pas door een security-check heen (als je niet in Schengen-gebied zit). Waarom dat precies is snap ik niet helemaal (het is veel makkelijker om dat, net zoals op de rest van de wereld, bij de ingang te doen), maar goed. Toen ik bij de gate aankwam stond er al een aardige rij, en ze waren inderdaad behoorlijk vroeg met boarden. Dat ging precies goed, en ik zat dus al om 09.45 uur in het vliegtuig. In de veronderstelling dat we dan ook wel op tijd zouden vertrekken, maar niets was minder waar. Uiteindelijk om 10.25 ofzo pas van de gate weggegaan, en dan moet je dus nog 700km taxien naar de polderbaan. De start was wat bumpy (harde wind), de rest van de vlucht ging behoorlijk smooth. Via Schotland, net onder IJsland langs, Groenland, en heeeel veeel Canada. Uiteindelijk vlak voor Seattle kon je wat zien uit het raampje, maar daar zaten gelukkig wel besneeuwde bergtoppen bij. Onderweg ietsjes uitgerust, beetje geslapen, en onder andere wat comedy zitten kijken, en ‘The Joneses’. Een mjahmjah-film. De paspoortcontrole ging heel snel, tegenwoordig hoef je ook geen I94-W formulier meer in te vullen in het vliegtuig, alles wordt met de ESTA afgehandeld van te voren. Dat scheelt dus nietjes in je paspoort. Wel kwam er een mooie stempel bij, zelfs netjes op dezelfde pagina als in januari. Het vliegveld bleek stiekem toch wat groter dan ik dacht; er was zelfs een metrootje om de diverse terminals aan elkaar te knopen, net als in Atlanta. Vele vluchten vanuit Azie en Alaska komen hier aan, en ook nog wat ‘ander gespuis’. Na ons kwam een Japanse vlucht binnen, zo viel duidelijk op; ook door de Japanse omroepberichten waar mensen zonder greencard zich moesten melden. Eenmaal buiten alle controles nog even wat gegeten, want het was inmiddels lunchtijd, en je moet toch proberen je schema vast wat om te schakelen. Overigens is er prima gratis wifi op het vliegveld! Dat was het begin van het vele vele gratis en open wifi dat je hier in de stad kan vinden, erg handig als je nog wat op wilt zoeken onderweg. Wat dat betreft is deze vakantie duidelijk anders dan vorigen, nu ik een iPhone heb, en m’n laptop ook nog eens meegesleept heb. Gemakt dient de mens. Toen het trammetje (Link Light Rail, zoals het heet, maar het is gewoon een tram) genoemen naar het eindpunt in downtown Seattle, en van daaruit bleek het het makkelijkst om met de befaamde monorail naar het Seattle Center te gaan, wat ik enkel hoefde over te steken om bij het hotel uit te komen. Inchecken ging heel snel en simpel, ik heb een kamer op de 2e etage (lees: 1 trap omhoog). Na daar wat gerust en bijgekomen te zijn besloten de Space Needle te gaan bestijgen, omdat de weersvooruitzichten voor dinsdag en woensdag vol met regen zaten, en het toch wel fijn is om wat uitzicht te hebben als je bovenop staat. Je kunt dan een ticket kopen waarmee je voor weinig extra 2x omhoog mag, 1x bij daglicht en 1x bij nacht. Dat heb ik dus maar gedaan. Het uitzicht van bovenaf was erg erg mooi (zie de foto’s), en ook handig om te zien van bovenaf dat er een seven-eleven in de buurt zat om even wat boodschapjes te kunnen halen. Vervolgens nog wat gesnackt (veel zin in eten had ik niet meer, maar iets moest toch wel), en toen het donker was weer omhoog gegaan. Dat was tevens een mooie stok achter de deur om wakker te blijven, want dat begon langzaam maar zeker wel een issue te worden. Aan alle kanten zien je groen, water, bergen, noem maar op. Het geeft een erg mooi overzicht van de uitgestrektheid van de stad, die toch best groot genoemd mag worden. De stad zelf heeft 600.000 inwoners, maar de county (inclusief voorsteden enzo) zit toch op 3.2 miljoen, wat best een hoop mensen zijn. Verder vlogen er continu helicopters in de lucht, van de lokale nieuwszenders. Dan gebeurt er dus genoeg om er een helicopter voor rond te laten vliegen!

Het valt me op dat ik zo snel gewend ben aan de gang van zaken hier, en me steeds minder verbaas over zaken. Dat is natuurlijk tweeledig: ik kijk niet meer op van rijden gekleurde krantenverkoop-standaarden, het verkeer, etcetera. En aan de andere kant klopt het beeld ook wel een beetje dat Seattle behoorlijk Europees over kan komen. Je hebt gewone winkelstraten en meer van zulks, maar uiteraard ook gewoon wolkenkrabbers, rare lege plaatsen die hier allang opgevuld zouden zijn, vele vele parkeergarages, brede straten, etcetera. Het voelt hier ook enorm veilig op straat, het straalt allemaal erg gemoedelijk uit. Er zijn ook amper daklozen te vinden hier (je hebt ze natuurlijk wel, maar ik kom er minder tegen dan in Amsterdam). Er wordt relatief veel gefietst, er zit zelfs op elke bus (zowel trolley, als diesel, als diesel+hybride, om elektrisch in de tramtunnel te mogen rijden) een fietsenhouder. Ook in de tram waren speciale fiets-punten aangebracht, net als bijvoorbeeld de Amsterdamse metro. Alleen was het hier slimmer gedaan: je fiets hangt in een beugel, in plaats van dat-ie normaal staat, en neemt derhalve veel minder ruimte in.

Vandaag begon regenachtig, maar de voorspellingen zijn wel aangepast dat het alleen vandaag regen zou zijn. Dat is prettig, want dan is het morgen weer droog; maar sowieso is het voor de orkaan Earl ook fijn dat het lagedrukgebied dat hier zat nu snel naar het oosten trekt, want dat duwt de orkaan verder de oceaan op, en dat is voor iedereen een goed idee, volgens mij. Toen naar het EMP (Experience Music Project) gegaan, dat samen met het SFM (Science Fiction Museum) en een erg merkwaardig gebouw zit. Daar ben ik vele uren binnengebleven, besteed aan de muzikale historie van de hele Northwest, met veel aandacht uiteraard voor de grunge-periode, Jimi Hendrix (die er opgegroeid is), etcetera. In de hal was ook een heel bijzonder kunstwerk, gemaakt uit vele, vele gitaren te zien, aan elkaar geknoopt, en van een groot gedeelte 1 snaar via moeilijke constructies geactiveerd, zodat het geheel samen ook nog eens geluid maakte. Erg apart. Het Science Fiction Musuem zit erbij, zoals gezegd, en daar heb je ook meteen toegang toe, dus daar nog even snel doorheen gelopen, maar dat vond ik een stuk minder interessant. Uiteindelijk was het al tegen 4-en dat ik naar buiten liep, kun je nagaan hoe lang ik er geweest ben! Daarna naar de waterkant gelopen, en van daaruit rondgestruind door de stad. Het is enorm heuvelig (vergelijkbaar met San Fransisco), en ik heb veel gezien, financial district, Pioneer Square, Pike Market, etcetera. Morgen ongetwijfeld spierpijn van al het geklim! Een heerlijk stuk superverse zalm gegeten aan een pier aan de waterkant, erg erg lekker. Op die Pike Market zat ook de eerste Starbucks, dus daar ben ik maar even naartoe gegaan; en nog een mooi souvenir gekocht (een mok :)). Daar zit ook een visboer, waar het verkopen van vis tot een ware circusact is vervolmaakt. Aan de buitenkant staan mannen de vis te verkopen, waarbij de vis tussen allemaal ijs ligt. Niet alleen vis, maar ook krabben enzo, overigens. Seafood in de breedste zin van het woord. En als iemand dan wat besteld, dan wordt zo’n vis opgepakt, en gegooid naar iemand achter, die het met inpakpapier en al opvangt. Zo schrijvend klinkt het suf, maar het was erg geestig alemaal. Uiteindelijk weer terug naar het hotel gelopen; waar ik dit nu bij elkaar getiept heb.

Wat linkjes:
Seattle Monorail
Pioneer Square
Seattle Center
Space Needle
Experience Music Project / Science Fiction Museum

En tot slot een linkje maar de foto’s tot nu toe. Bijschriften en lokaties volgen, maar het is nu slaaptijd, dus dat komt later.
Foto’s